Sprongsgewijze ontwikkeling van kleuters

In het kleuteronderwijs spreken we vaak over ontwikkelingssprongen. Iets wat een kind vorige maand nog niet kon, kan het nu ineens wel. Kleuters ontwikkelen zich sprongsgewijs. Waar komt deze sprongsgewijze ontwikkeling vandaan? En hebben we daar invloed op?

De hersenontwikkeling

Als we de ontwikkeling van kinderen willen begrijpen, dan moeten we eerst iets snappen van de hersenen. Steven Pont, ontwikkelingspsycholoog en gezinstherapeut, legt in het boek Mensenkinderen! (2012) uit hoe het werkt in de hersenen van kinderen. De informatie uit dit blog haal ik uit de eerste hoofdstukken van zijn boek.

Een baby wordt geboren met ongeveer evenveel hersencellen als een volwassene. Tussen die hersencellen worden in de baarmoeder al verbindingen gelegd. Bij de geboorte zijn er al enorm veel verbindingen gelegd en dit gaat na de geboorte gewoon door. Zelfs in een grotere hoeveelheid. Zo heeft een kind van twee jaar al meer hersenverbindingen dan een volwassene.

Hoe komt het dan dat kinderen die dus meer hersenverbindingen hebben dan volwassenen, niet verder zijn in hun ontwikkeling? Maken al deze hersenverbindingen ze niet slimmer dan volwassenen? Nee, daar zorgen de hersenverbindingen niet voor.

Dat de verbindingen er zijn, zegt nog niets over wat ze met al die hersenverbindingen kunnen doen. En kinderen kunnen hier nog veel minder mee dan volwassenen. De hersenverbindingen moeten eerst met ervaringen worden gevuld, dan pas gaan de verbindingen beter werken.

Lees ook Linda’s blog over: ‘Gedragsproblemen of gewoon gedrag bij kleuters?

Vullen met ervaringen

Door de hersenverbindingen met ervaringen te vullen worden deze verbindingen steeds sneller en sterker. Pont (2012) gebruikt de weg als voorbeeld. Daar waar weinig auto’s rijden ligt er een landweggetje en daar waar veel auto’s rijden ligt een snelweg.

Zo worden gedrag (dat ze vaak uit moeten voeren) en gedachten ‘geautomatiseerd’ in de hersenen. Hoe vaker je iets doet, hoe makkelijker het wordt. Denk aan praten, lopen, fietsen of zoiets ingewikkelds als nadenken. Daar waar geen ervaring wordt op gedaan tussen twee hersencellen zullen de verbindingen verdwijnen.

De hersenen doen op twee verschillende manieren ervaring op. Een deel van de hersenen verwacht echt bepaalde ervaringen, ze kunnen gewoon niet zonder. Zo kunnen we geen taal leren zonder eerst een boel ‘taalervaringen’ te hebben.

Sprongsgewijze ontwikkeling van kleuters

De hersenen verwachten bijvoorbeeld op dezelfde manier ook ervaringen op het gebied van motoriek, aanraking en liefde. De hersenstructuren rond deze ontwikkelingsgebieden zijn grotendeels al gebouwd en hebben de ervaring nodig om zich verder te kunnen ontwikkelen.

Het is belangrijk om een kind op het moment dat de hersenen om die ervaringen vragen, die ervaringen te laten op doen. Rond de achtste maand zal een kind leren kruipen, dan hebben de hersenen ervaringen nodig om werkelijk tot die ontwikkeling te komen. Als deze ervaring niet wordt op gedaan dan breken de hersenen die structuren af en kan een kind zich daarna niet goed, of veel minder goed, ontwikkelen op dat gebied.

Bij één deel is de ervaring vooral afhankelijk van de omgeving. Dan gaat het om hersenstructuren die nog niet af zijn. Wanneer een kind bijvoorbeeld leert voetballen, ontstaan er doordat hij veel oefent (ervaring opdoet) hersenstructuren die hem daar beter in laten worden. Dit deel van de ervaring is niet van belang om zich als mens goed te kunnen ontwikkelen zoals bij de ervaring die de hersenen verwachten.

Rijping van de hersenen

Er zijn dus allerlei periodes in het leven van een kind waarop en ontwikkelingsgebied extra rijp is om ervaringen op te doen en zo tot een ontwikkeling te komen. Een paar van deze periodes zijn bijvoorbeeld schoolrijpheid (klaar om naar school te gaan) en kinderen worden vanzelf op een bepaalde leeftijd geslachtsrijp (klaar om zich voor te planten).

De ontwikkeling is onder normale omstandigheden niet tegen te houden, want het staat nu eenmaal in het grote masterplan van de hersenen van het kind. Kinderen leren dus niet alles in één keer tegelijk. Door de rijping van de hersenen is het kind in elke fase van zijn ontwikkeling steeds ingesteld om precies in die periode iets specifieks te leren. Het kind is in die periode extra gevoelig voor het leren beheersen van een bepaalde vaardigheid en het gemak waarmee die specifieke vaardigheid kan worden aangeleerd is dan op zijn grootst.

Pont (2012) neemt leren lopen als voorbeeld. Kinderen die ongeveer één jaar oud zijn, zijn extra gevoelig om te leren lopen. Een kind van zes maanden oud leren lopen of pas met vier jaar leren lopen is een stuk moeilijker. Dat is bijna onmogelijk of kost veel meer moeite.

Elk ontwikkelingsgebied kent zo zijn eigen verschillende fasen en ontwikkelingstaken. Dit geldt niet alleen voor leren lopen maar ook voor leren lezen (deze periode ligt rond de zes jaar), het opbouwen van een identiteit, gewetensvorming en alle andere mogelijke ontwikkelingsgebieden.

Conclusie

Dit is waarom we bij kleuters over sprongsgewijze ontwikkeling praten. We kunnen nog zo hard oefenen met klanken, rijmen of letters. Als een kind niet in de periode zit waarbij het extra gevoelig is voor deze ontwikkeling kost het enorm veel moeite.

Het is belangrijk dat wij al volwassenen de ontwikkeling van kinderen goed inschatten en het kind op alle gebieden de juiste ervaringen aanbieden (zone van naaste ontwikkeling).

Ervaringen opdoen kan een kind niet alleen. Daar heeft het de omgeving voor nodig!

Over Anniek Kloppenburg

Anniek Kloppenburg is gastblogger van klasvanjuflinda.nl. In 2015 heeft ze de PABO afgerond waarna ze in een jaar de voltijd route van de master SEN gedaan heeft. Daar heeft ze ontdekt hoeveel er te lezen en te schrijven is over het onderwijs. Ze werkt nu drie dagen als juf van groep 3, na een aantal jaren gewerkt te hebben als kleuterjuf. Ook is ze sinds februari 2019 moeder van een zoontje.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *