Hechtingsproblematiek en hechtingsstoornis, wat is het verschil?

Hechtingsproblematiek of hechtingsstoornis?

Wist je dat tussen hechtingsproblematiek en hechtingstoornis een groot verschil zit? Zo heeft ongeveer 25 tot 30% van de Nederlandse bevolking last van hechtingsproblematiek. Slechts 1% heeft last van een hechtingstoornis. Dit betekent dat ongeveer één op de vier kinderen in de klas in meer of mindere mate hechtingsproblematiek heeft.

Wat is nou precies hechtingsproblematiek? En wanneer spreken we over een hechtingsstoornis? Daarover wil ik je wat vertellen in deze blog.

Het verschil in hechtingsrelaties
Je hebt vast kinderen in je klas die als ze gevallen zijn en huilen niet naar je toekomen voor troost of hulp. Dit is één van de kenmerken van hechtingsproblematiek. Dit klinkt heftig maar een groot deel van de mensen met hechtingsproblematiek kan hier prima mee leven. Bij hechtingsproblematiek is er sprake van een onveilige hechting waarbij een behandeling nog goed mogelijk is of niet eens per se nodig.

Hechtingsproblematiek
Een kind met hechtingsproblematiek heeft ervaring in het aangaan van een relatie, omdat het zich voor korte of langere tijd heeft kunnen hechten aan een volwassene. Door omstandigheden kan het zijn dat deze hechting niet goed verliep of dat de relatie verbroken werd. Denk bijvoorbeeld aan adoptie, huilbaby’s, een uithuisplaatsing of het overlijden van een ouder of ouders die zelf niet veilig gehecht zijn.

Hechtingsstoornis
Bij een kind met een hechtingsstoornis was er helemaal geen sprake van een hechtingsrelatie. Deze kinderen zijn helemaal niet gehecht en dat leidt tot ernstig probleemgedrag. Een hechtingsstoornis is vaak niet te behandelen.

Hechtingsproblematiek of hechtingsstoornis?

Hechtingsproblematiek in de klas signaleren
Het is niet zo dat je of veilig of niet veilig gehecht bent. Bij 25 tot 30% van de kinderen in Nederland is er wat mis gegaan in de hechting. Dit zijn een aantal gedragskenmerken van een onveilige hechting:

  • Druk en chaotisch
  • Snel boos en/of agressief
  • Aangepast gedrag
  • Twee gezichten: thuis anders dan op school
  • Erg lichamelijk aanhankelijk
  • Teruggetrokken
  • Oppervlakkig contact
  • Gespannen, nerveuze indruk
  • Manipuleren binnen relaties
  • Aantrekken en afstoten van andere kinderen
  • Weinig vaste relaties, veel vluchtige contacten
  • Wantrouwen naar volwassenen
  • Problemen met het aanvaarden van gezag

En dit zijn kenmerken op het gebied van leren:

  • Rekenproblemen
  • Beperkt inzicht in oorzaak en gevolg
  • Concentratieproblemen
  • Weinig belangstelling voor leren, de school en de toekomst
  • Wisselende of geringe motivatie
  • Faalangst
  • Gaat niet zuinig om met materiaal
  • Moeite met plannen en tijdsverloop

Welke kenmerken en in welke mate het kind de kenmerken laat zien is afhankelijk van hoe onveilig het kind gehecht is. Niet alle kenmerken hoeven aanwezig te zijn bij een kind met hechtingsproblematiek.

Geen vertrouwen
Kinderen met een hechtingsstoornis laten deze kenmerken in het extreme zien. Zij gaan geen relaties aan, vertrouwen niemand en hebben geen eigenwaarde. Deze kinderen hebben geen bodem, voelen zich niet gewenst en worden beheerst door angst.

Angst voor nabijheid en voor nieuwe dingen. Angst voor de niet te vertrouwen volwassenen. Angst om verlaten te worden ook al willen ze niemand dichtbij.

Hechtingsproblematiek of hechtingsstoornis?

Vertrouwensband opbouwen
Veilig gehechte kinderen zullen meestal weinig problemen geven in de klas. Zij zijn opgegroeid met gezag, begrip, warmte en sensitiviteit. Met hen kun je makkelijk een vertrouwensband opbouwen. Minder veilig of echt onveilig gehechte kinderen geven zich niet zomaar. Zij hebben meestal negatieve ervaringen met volwassenen. Aan een vertrouwensrelatie met deze kinderen zal harder gewerkt moeten worden.

Ze willen van je weten wie je bent. ‘Ben je consequent? Geef je om mij? Kan ik op je rekenen?’ Op deze onbewuste vragen willen ze antwoord. Ze zoeken naar antwoorden door signalen af te geven. Hoe reageer jij op agressief gedrag, pestgedrag, vernielzucht, teruggetrokkenheid en/of apathie? In welke mate ze dit gedrag laten zien, hangt af van hoe onveilig gehecht ze zijn.

Tips voor in de klas
Hoe werk je aan een vertrouwensrelatie?

  • Beantwoord de onbewuste vragen door veiligheid, structuur en vertrouwen te bieden. Wees bijvoorbeeld voorspelbaar in je handelen en in de dagplanning.
  • Laat merken dat je het kind ziet en waardeert door positieve feedback te geven.
  • Zorg voor duidelijkheid en handel consequent. Doe wat je zegt en kom regels en afspraken altijd na.
  • Geef directe, specifieke feedback op het gedrag van het kind. Dat wordt afgekeurd, niet het kind zelf. Niet: ‘jij bent niet leuk’ maar ‘Wat je nu doet is niet leuk!’
  • Wees aanwezig in de klas maar kom niet te dichtbij. Ga bijvoorbeeld aan de andere kant van de klas zitten maar wel zo dat je oogcontact kan maken met het kind. Zo weet het kind dat je er bent en dat je hem ziet.
  • Micheline Mets heeft het fantastische boek Spelenderwijs verbinden en hechten geschreven met ruim honderd spelvoorbeelden die het hechtingsproces bevorderen.

De kenmerken van hechtingsproblematiek kunnen dus in verschillende mate aanwezig zijn bij kinderen met hechtingsproblematiek. Kinderen met een hechtingsstoornis laten deze kenmerken in het extreme zien.

Herken jij dit gedrag bij kinderen uit jouw klas? Hoe ga jij er mee om?

Bronnen:

  • De Munnik, C., & Vreugdenhil, K. (2007). Opvoeden in het onderwijs. Groningen/Houten: Wolters-Noordhoff bv.
  • Kerpel, A. (2014). Hechtingstoornissen. Opgehaald van Wij-leren: http://wij-leren.nl/hechtingsstoornissen-hechting.php
  • Wally, T. (2012). Slecht gehecht. Praxisbulletin, 5-9.

Auteur:

Anniek Kloppenburg is gastblogger van klasvanjuflinda.nl. In 2015 heeft ze de PABO afgerond waarna ze in een jaar de voltijd route van de master SEN gedaan heeft. Daar heeft ze ontdekt hoeveel er te lezen en te schrijven is over het onderwijs. Ze werkt als invaller bij een groot samenwerkingsverband en komt zo op veel scholen waardoor ze heel wat ideeën en ervaring opdoet. Het liefst zou ze meerdere dagen in de week voor een onder- of middenbouw groep staan.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *