Onderpresteren: wat is het en wat doe je eraan?

Onderpresteren: wat is het en wat doe je eraan?

Misschien heb je wel een leerling in de klas die ontzettend dromerig is. Hij deed altijd actief mee, maar het lijkt alsof hij de laatste weken minder ‘aanwezig’ is. Tijdens de toetsweek kom je erachter dat de resultaten tegenvallen. Je begrijpt er niets van, want hij zou veel beter kunnen presteren. Het kan zijn dat hierbij sprake is van onderpresteren. In deze blog vertel ik wat dit is en wat je er als leerkracht aan kunt doen.

Onderpresteren
We spreken van onderpresteren als een kind onder zijn niveau presteert en er geen sprake is van een externe oorzaak. In de literatuur worden twee vormen onderscheiden, namelijk absoluut en relatief onderpresteren. In deze blog laat ik het onderpresteren bij hoogbegaafdheid buiten beschouwing.

1. Absoluut onderpresteren
Het kind doet het ‘slecht’ op school. De resultaten zijn van het laagste niveau en hierdoor gaan bij de leerkracht gelijk de alarmbellen af. Zeker als het kind eigenlijk veel beter zou moeten kunnen.

2. Relatief onderpresteren
Deze vorm is veel moeilijker om te waarnemen. De scores liggen rond het gemiddelde of zelfs erboven. Deze kinderen laten we vaak los, we hebben geen tijd om deze kinderen optimaal te helpen. Het gaat hierbij vaak om meisjes, die wat dromerig of verlegen zijn. Ze zullen niet snel voor zichzelf opkomen en hierdoor merken we ze als leerkracht niet snel op. Jongens zullen zich bij verveling vooral uiten in fysiek of luidruchtig gedrag en zijn hierdoor makkelijker te signaleren.

Hoe scan je de ‘echte’ onderpresteerders?
In het boek ‘Onderpresteren op de basisschool‘ wordt een handig stappenplan beschreven om onderpresteerders te ontdekken. Dit zijn er vaak maar heel weinig.
Je kunt op deze website een test doen om als leerkracht te kijken of een leerling goed in het leerproces zit.

Dit zijn enkele kenmerken:
  • Gemiddelde tot hoge intelligentie
  • Wisselende resultaten
  • Scoort het beste op inzicht-stof
  • Drukt zich mondeling beter uit dan schriftelijk
  • Stelt het werk uit
  • Werkt langzaam
  • Levert werk soms niet in
  • Heeft weinig interesse voor het nabespreken van het werk
  • Mist informatie over opdrachten
  • Gemakkelijk afgeleid
  • Is moeilijk te motiveren
  • Is dromerig en afwezig
  • Hangt de clown uit in de klas

Wanneer je een onderpresteerder in de klas hebt zitten moet je eerst achterhalen wat de oorzaak hiervan is. Er kunnen bij dromerigheid verschillende dingen aan de hand zijn.

Een laatste mogelijke oorzaak van dromerigheid is absence-epilepsie. Het kind blijft gewoon zitten, maar is mentaal even weg. De hersenen springen op slaapstand. Vaak kun je dit zien in het schrift, als er opeens een streep staat of een woord plotseling is afgebroken. Meestal duren de aanvallen maar heel kort, zo’n vijf tot 10 seconden. Doordat ze gedurende de hele dag vaak kunnen voorkomen kan dit ook tot een leerachterstand leiden.

Wat doe je eraan als leerkracht?

De instructie
Tijdens de lessen is het van belang dat de leerkracht duidelijk is. Bespreek van te voren het doel met de kinderen, wat gaan we doen? Vertel daarna hoe we dit gaan aanpakken. Mogen de kinderen samenwerken? Waar moeten ze het in hun schrift opschrijven? Vooral faalangstige kinderen hebben bevestiging nodig. Wanneer een kind vragen blijft stellen kun je met behulp van wedervragen het kind duidelijk maken wat hij al weet. Ten slotte kun je ook met de klas bespreken waarom we dit gaan doen. Hierdoor kun je de kinderen motiveren. “Het is handig om deze vragen met elkaar op te schrijven, want dan kunnen we ze morgen aan de politieagent stellen.” Kinderen die het lastig vinden om zelfstandig te werken kun je bemoedigen door de opdracht in delen op te splitsen en door de leerling voor elke stap te prijzen. Leer de kinderen dat fouten maken mag en beloon de kinderen regelmatig voor hun inspanningen.

 

Relatie met het kind
Uit verschillende onderzoeken blijkt dat kinderen het fijn vinden als hun leerkracht betrokken is en hen respecteert. Ook genieten ze van complimenten en vinden ze het belangrijk dat de leerkracht consequent en rechtvaardig is. Je kunt dit laten zien door elk kind bij binnenkomst een hand te geven of door eens een hand op de schouder van een leerling te leggen. Of geef eens een knipoog of aai over de bol als een kind iets goed heeft gedaan. En grapjes doen het natuurlijk ook altijd goed! Geef regelmatig feedback op zowel het proces als het product. Beschrijf dan vooral wat en waarom je het zo goed vindt en zeg niet alleen “Goed gewerkt!”.

Ik hoop dat je nu genoeg handvatten hebt gekregen om een onderpresteerder te kunnen signaleren en te kunnen helpen. Wat is jouw ervaring met onderpresteren? Heb je nog tips? Laat ze dan hieronder in een reactie weten!

Auteur:

Linda Willemsen is het gezicht achter klasvanjuflinda.nl en zet zich in voor spelenderwijs ontdekken en leren. Ze werkt drie dagen per week in groep 3/4 op een kleine basisschool in Veenendaal. Daarnaast houdt ze zich bezig met auteurswerk en volgt ze de opleiding Master SEN richting gedragsspecialist.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *