Hoe maak je van een klas een hechte groep?

Hoe maak je van een klas een hechte groep?

Aan het begin van elk schooljaar is het een belangrijke taak van de leerkracht om in te zetten op de groepsvorming. Er zijn allerlei leuke activiteiten te verzinnen om het groepsproces op een positieve manier te beïnvloeden.

Maar wat als het helemaal niet zo’n leuke groep is? Wat kan je dan als leerkracht doen?

Groepsvorming
Een klas vol leerlingen vormt samen een groep en doorloopt steeds andere fasen. De theorie van Tuckman stelt dat er vijf verschillende fasen zijn waarbij elke fase zijn eigen kenmerken en vraagstukken heeft. De fasen zijn achtereenvolgend: Forming, Storming, Norming, Performing en Adjourning.

Wanneer de groep net gevormd is of wanneer er een nieuwe leerling bijkomt bevindt de groep zich in de fase van de Forming. In deze fase zal iedereen zich weer van zijn beste kant laten zien, zodat anderen met hem of haar willen optrekken.

Als leerkracht is het belangrijk om tijdens deze fase het goede voorbeeld te geven. Door te laten zien dat hij in elk kind geïnteresseerd is zullen de kinderen zich geaccepteerd en gewaardeerd voelen.

Hij kan dit doen door elke dag in de deuropening te staan en de leerlingen door middel van een handdruk te begroeten.

Kennismaken met elkaar
Daarnaast heeft de leerkracht de belangrijke taak om een veilige situatie te creëren waarin elke leerling voldoende tijd en ruimte krijgt om zichzelf te laten zien. Hierdoor krijgen de leerlingen het gevoel dat ze erbij horen en dat ze mogen zijn zoals ze zijn.

Het is daarom verstandig om tijdens het kennismaken met laagrisicovragen te beginnen, bijvoorbeeld vragen over interesses of persoonsfeiten. Later kan dan worden overgegaan tot hoogrisicovolle vragen, bijvoorbeeld persoonlijke meningen of ervaringen.

Een passende activiteit is ‘Zoek iemand die…’ waarbij de leerlingen op zoek gaan naar iemand met bijvoorbeeld een bepaalde hobby of huisdier.

Door opdrachten te geven waarbij leerlingen elkaar vragen moeten stellen raken ze in elkaar geïnteresseerd en wordt er een genuanceerder beeld gevormd.

Goed observeren
Verder is het een taak van de leerkracht dat hij observeert hoe de interactie tussen de leerlingen verloopt. Hij kan bijsturen en helpen om individuele leerlingen met elkaar in contact te brengen.

Dit kan hij doen door veel te laten samenwerken of door coöperatieve werkvormen tijdens zijn lessen in te zetten. Zodra er een klimaat van vertrouwen en acceptatie is ontstaan kan de leerkracht overgaan tot de fase Norming. Volgens de Stichting School & Veiligheid zal het naar voren halen van deze fase leiden tot minder probleemgedrag tijdens de fase Storming.

Soms is het nodig om als leerkracht meer aandacht aan een bepaalde fase te geven of om terug te gaan naar een eerdere fase om deze opnieuw te doorlopen. In de volgende paragraaf gaat het over een negatieve groep en wordt uitgelegd hoe de leerkracht hiermee om dient te gaan.

Welke fase is dan belangrijk en hoe voorkom je vervelend groepsgedrag?

Hoe maak je van een klas een hechte groep?

Vervelend groepsgedrag
In sommige groepen komen spanningen, ruzies en pestgedrag regelmatig voor en gelden er normen die in de maatschappij als negatief worden gezien. We spreken dan van een negatieve groep.

Het is voor de leerlingen niet fijn om in zo’n groep te zitten en voor de leerkracht is het lastig om ermee te werken. Kenmerkend voor een negatieve groep is dat er continu om het doel wordt gestreden, hierdoor kunnen er gemakkelijk conflicten ontstaan. Daarnaast ontbreekt het aan saamhorigheid.

De leerlingen voelen zich niet verantwoordelijk voor de groep of durven het niet te tonen. Er is weinig respect onderling, leerlingen voelen zich onderling niet gekend of gerespecteerd en er ontbreken bepaalde rollen waardoor het evenwicht van de groep uit balans is. Hierdoor ontstaat er voor de leerlingen een onveilige sfeer.

Groepsnormen bepalen
Aan de leerkracht de taak om dit adequaat aan te pakken door opnieuw in de fase Norming energie te steken. In deze fase worden de regels ontwikkeld over hoe de leerlingen met elkaar om dienen te gaan en worden de groepsnormen bepaald.

Deze groepsnormen zijn van grote invloed op het groepsfunctioneren en het leerklimaat.

In de klas kan bijvoorbeeld de waarde ‘respect hebben voor elkaar’ vertaald worden naar de normen ‘we laten elkaar uitpraten’ of ‘we lachen elkaar niet uit’.

In een negatieve groep gelden negatieve normen die voortkomen uit de negatieve instelling van de leiders. Deze kinderen hebben vaak een laag zelfbeeld of zijn bang om zelf gepest te worden.

Lees ook: meidenvenijn in de klas; wat doe je eraan?

Positieve normen
Als de groep zich nog niet in de Performingfase bevindt kan er door de leerkracht nog invloed op het ombuigen van de negatieve normen uitgeoefend worden. De normingsfase wordt dan uitgespreid over de eerste drie fases: Forming, Storming en Norming.

Tijdens deze eerste vijf tot zeven weken van het schooljaar worden allerlei groepsvormende lessen of -activiteiten door de leerkracht georganiseerd waarbij hij sturing geeft aan het formuleren van positieve normen.

Later in het schooljaar is het voor de leerkracht heel moeilijk om negatieve normen om te zetten tot positieve normen. Hij kan dit wel proberen, maar de leerlingen zullen toch snel weer in hun oude patroon terugvallen, omdat dit volgens de behoeftepiramide van Maslow veiligheid en zekerheid geeft.

Wat wel werkt is de groep verantwoordelijk maken voor een nieuw doel waardoor er toch weer nieuwe normen gevormd kunnen worden. Denk bijvoorbeeld aan geld ophalen voor een nieuw schoolplein of een projectavond voor ouders organiseren.

Hoe maak je van een klas een hechte groep?

Kortom
Uit bovenstaande paragrafen kan geconcludeerd worden dat het een belangrijke taak is van de leerkracht om de groepsvorming actief te begeleiden. Uit de literatuur blijkt dat vooral de fase Forming en Norming heel bepalend zijn voor de sfeer en veiligheid binnen de groep.

Dit betekent voor de leerkracht dat hij aan het begin van het schooljaar duidelijke klassenafspraken met de leerlingen moet maken, zo kan het schooljaar goed van start gaan.

Het kost veel tijd en energie als er voortdurend ingegrepen moet worden. Mijn advies aan scholen is dan ook om op fundamenteel niveau in te zetten op de gouden weken aan het begin van het schooljaar.

Zo worden er in elke groep positieve normen gesteld waardoor probleemgedrag en pesten begrensd wordt. Natuurlijk is het ook belangrijk om de rest van het schooljaar aandacht te besteden aan groepsvormende activiteiten.

Dit kan je doen door Energizers te gebruiken of door coöperatieve werkvormen tijdens de lessen in te zetten.

Grip op de groep
In het boek ‘Grip op de groep‘ wordt er uitgebreid aandacht besteed aan de praktijk van het beïnvloeden van de groepsnormen. Er komen oefeningen en lessen aan bod om positieve waarden en normen te creëren.

Ook wordt er aandacht besteed aan belangrijke randvoorwaarden en elementen van het klassenmanagement, die zorgen voor een rijke leeromgeving met een positieve invloed op de groep.

De oefeningen kunnen naar behoefte aangepast worden. Ook op de website van gripopdegroep.nl zijn extra oefeningen te vinden.

 Ik ben benieuwd. Hoe ga jij om met de fase Norming aan het begin van het schooljaar?

BewarenBewaren

BewarenBewaren

Auteur:

Linda Willemsen is het gezicht achter klasvanjuflinda.nl en zet zich in voor spelenderwijs ontdekken en leren. Ze werkt drie dagen per week in groep 3/4 op een basisschool in Veenendaal. Daarnaast houdt ze zich bezig met auteurswerk en heeft ze de Master SEN richting gedragsspecialist afgerond.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *