Taalbeschouwing koppelen aan een thema

In groep 4 moet je lessen geven rondom taalbeschouwing. Wanneer je deze lessen in de methode bekijkt dan zijn die vaak wat ‘statisch’. Je kunt er ook voor kiezen om de taaldoelen te koppelen aan het thema. In deze blog geef ik een aantal voorbeelden.

Doelen taalbeschouwing

Allereerst een tip; schrijf eens alle doelen voor taalbeschouwing uit. Wat moeten de kinderen in jouw groep eind groep 4 beheersen? Dit kunnen doelen zijn die vallen onder de domeinen spreken, sociaal taalgebruik, meningen over gesproken taal en leesbegrippen. Deze doelen vind je in de methode die je gebruikt.

Wanneer je met thema’s werkt dan zul je merken dat sommige doelen heel goed bij een bepaald thema passen. Maar er blijven uiteraard ook doelen over die ‘gewoon’ op een werkblad geoefend dienen te worden.

In de praktijk

Ik gebruikte in groep 4 de methode Taal Actief. Aan het einde van het blok gaf ik gewoon de toets. Dit betekende dat ik sowieso deze doelen moest oefenen. Maar daarnaast koos ik doelen kris kras door de methode die goed bij het betreffende thema pasten.

Dit zijn bijvoorbeeld doelen rondom spreken of sociaal taalgebruik die in principe niet schriftelijk getest worden. Het maakt dan niet zoveel uit wanneer je deze doelen aanbiedt. Als de kinderen ze maar eind groep 4 allemaal geoefend hebben.

Daarom is het dus wel belangrijk om van alle doelen een lijst te maken. Je kunt vervolgens de doelen markeren die je behandeld hebt.

Taalbeschouwing koppelen aan een thema

Je hebt uiteraard niet altijd de tijd of de mogelijkheid om de lesinhoud te veranderen aan het thema, maar weet dat het heel goed kan. Een aantal voorbeelden bij het thema verkeer en politie:

  • Een zin langer maken: op een werkblad staan zinnen over de politie. De kinderen maken de zin langer.
  • Instructie geven: gesprek voeren en filmpje kijken over brandveiligheid en de vluchtroute van de school. Daarna aan elkaar uitleggen wat de vijf stappen zijn bij het vluchten bij een brand.
  • Vertelzin en vraagzin: zinnen schrijven bij een vertelplaat over het verkeer.
  • Verschil tussen beleefd en onbeleefd taalgebruik: Kringgesprek: Het is belangrijk om je in het verkeer netjes te gedragen. Wat zijn de belangrijke regels? Wat doe je als de politie je heeft aanhouden? We moeten niet alleen tegen de politie vriendelijk zijn, maar ook tegen de mensen om ons heen. We oefenen met iets beleefd vragen.
  • Leren wat een woordkast is: in tweetallen zoveel mogelijk vervoersmiddelen bedenken bij ‘zee’, ‘lucht’ en ‘land’.
  • Een informatiegesprek kunnen voeren: Kennismaking met het begrip ‘aangifte doen’. In tweetallen een gesprek voeren over de mogelijke dader. Een persoon zo nauwkeurig mogelijk van een foto beschrijven.

Ook aan de slag met spelenderwijs leren?

In mijn e-cursus leer je hoe je een thema met betekenisvolle activiteiten (in combinatie met de methode) kunt opzetten. Denk aan lees-, schrijf- en rekenactiviteiten, maar ook het voeren van gesprekken, onderzoek doen en rollenspel. 

Neem vooral mee waar je enthousiast van wordt en probeer de dingen uit. Ik hoop dat je uiteindelijk weer met net zoveel plezier zult lesgeven als ik toentertijd. De e-cursus is geschikt voor groep 3 en groep 4 leerkrachten.

Over Linda Willemsen

Linda Willemsen is het gezicht achter klasvanjuflinda.nl en zet zich in voor spelenderwijs ontdekken en leren. Daarnaast houdt ze zich bezig met auteurswerk en zorgt sinds oktober 2018 met veel liefde voor haar babydochter.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *