5 dingen die je op een schooldag tegen je leerlingen moet zeggen

Als juf of meester praat je veel en soms zelfs een beetje te veel. Vooral op de traditionele scholen zijn de leerkrachten ruim de helft van de tijd aan het woord. Sommige leerkrachten zijn ervan overtuigd dat de leerkracht zo min mogelijk moet praten. Kinderen moeten vooral samen kunnen overleggen. Ik ben het hier gedeeltelijk mee eens. Afwisseling is goed, maar ik wil als leerkracht wel de regie houden. Ik ben toch echt degene die de kennis overdraagt. Tijdens al dat gepraat zijn er 5 dingen die je op een schooldag zeker tegen je leerlingen moet zeggen.

1. Goedemorgen/goedemiddag
Ik vind het heel belangrijk om de kinderen bij de deur op te wachten. Pas als de tweede bel is gegaan ga ik naar mijn instructiegroepje. Bij het binnenkomen geef ik de kinderen een hand en wens hen een goedemorgen of -middag. Ik spreek zo elk kind even en kan een kort gesprekje aanknopen. Tijdens het binnenkomen zie je eigenlijk al wel wat voor een humeur een kind heeft. Komt het kind verdrietig of moe binnen, dan kan ik er gelijk naar vragen.

2. Wat goed dat jullie….
Probeer een goede balans te vinden tussen het geven van complimenten en waarschuwingen. Kinderen groeien van complimenten en probeer ze dan ook meerdere keren per dag te maken, dit kan individueel of klassikaal. Overdrijf het niet, want anders wordt het weer ongeloofwaardig. Benoem in je compliment ook wat goed is. Zeg dus niet “Dat hebben jullie goed gedaan”, maar “Ik vind het heel fijn dat jullie binnen een korte tijd met elkaar alles hebben opgeruimd. Ik ben blij dat jullie dat zo snel gedaan hebben!”

Ook leuk! 5 tips om op een goede manier feedback te geven.

3. (naam leerling) wil jij nog eens de opdracht herhalen?
Dit is een lastige. Ik gebruik deze zin als ik merk dat een aantal kinderen aan het wiebelen zijn en ik me afvraag of ze de opdracht wel goed hebben begrepen. Het is een controlevraag voor mij als leerkracht en ik vind het een fijn middel. Sommige leerkrachten zullen het niet met mij eens zijn, want die zijn bang dat je dan luie kinderen krijgt. Waarom naar de juf luisteren als de opdracht toch nog een keer herhaald wordt? Door deze vraag niet altijd te gebruiken kun je dit voorkomen.

4. Wat denk je zelf?
Ik ben iemand die de kinderen zo zelfstandig mogelijk maak. Althans dat probeer ik haha. In het begin van het jaar oefen ik intensief de regels en routines en hierdoor gaat een hoop ‘vanzelf’. Vooral in een grote groep is dit ideaal. De zin ‘Wat denk je zelf’ gebruik ik niet op een onaardige manier hoor, maar meer om het kind zelf te laten nadenken. Sommigen kinderen zijn nogal makkelijk in het stellen van vragen. Ik noem wat voorbeelden: “Juf mag ik plassen?” (leerling uit groep 2, die al lang weet dat je dit onder het spelen/werken niet hoeft te vragen.) “Juf wilt u mijn schort dichtmaken?” (de regel is dat je elkaar helpt met het dichtmaken van de schorten), “Juf mag ik ook in de kleurhoek?” (De regel is dat je niet 2x achter elkaar mag) “Juf ik snap deze som niet!” (Het kind KAN onzeker zijn en heeft de bevestiging nodig dat hij het wel kan.)
Ik gebruik dit ook om kinderen zelf met oplossingen (bijvoorbeeld tijdens ruzies) te laten komen. Vaak bedenken ze de creatiefste dingen, maar het is natuurlijk veel handiger als de juf dit voor je doet. :)

5. Voordat we aan het werk gaan heb ik nog een laatste controlevraag. 
Herken je dit? Je hebt een instructie gegeven, daarna vraag je “Is het duidelijk?” en niemand schudt nee of steekt zijn vinger op. Phoe… denk je opgelucht, totdat je gaat nakijken en je de ene na de andere fout ziet. Of je zet de kinderen aan het werk en tussendoor beantwoord je vragen van de kinderen. Je denkt de controle te hebben, maar eigenlijk zeggen veel vingers/vragen “Juf, wij hebben de instructie niet begrepen.”. Ik deed dit ook altijd hoor, maar nu ik eerst een controlevraag stel weet ik gelijk wie het wel en niet snappen en kan ik het gelijk eventueel nog een keer uitleggen. Ik heb dit geleerd door het boek Expliciete Directe Instructie te lezen.

Auteur:

Linda Willemsen is het gezicht achter klasvanjuflinda.nl en zet zich in voor spelenderwijs ontdekken en leren. Ze werkt drie dagen per week in groep 3/4 op een kleine basisschool in Veenendaal. Daarnaast houdt ze zich bezig met auteurswerk en volgt ze de opleiding Master SEN richting gedragsspecialist.

6 gedachtes over “5 dingen die je op een schooldag tegen je leerlingen moet zeggen

  1. Lieke zegt:

    Heb je in de gaten dat je… (Bijvoorbeeld als een kind met zijn pen zit te tikken op tafel). Soms hebben kinderen dit zelf niet door en door hiernaar te vragen voorkom je dat je er meteen iets over zegt.

  2. Martin Lam zegt:

    Nog twee handige zinnetjes de mij zo even te binnen schieten:

    “Eens even kijken wie/welke rij/welk groepje als eerste (bijvoorbeeld: goed zit)” Dit is ook te gebruiken voor het naar huis gaan en vele andere zaken. Kinderen zijn doorgaans competitief ingesteld.

    “Kijk eens even hoe je zit? Wat is ook alweer een goede houding?” Het is vragen naar de bekende weg, maar erg handig voor bij een schrijfles.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *