3 manieren om verhalen te vertellen met tekeningen

Dit is een gastblog van Melanie Plag. Bezoek ook eens haar website Babboes voor meer inspiratie en tips of volg haar op Twitter

Leerlingen vertellen in de klas vaak wat ze zelf hebben meegemaakt. Maar laat je ze ook wel eens een fictief verhaal vertellen? Dat kunnen ze best! Door bestaande verhalen te gebruiken, bijvoorbeeld bekende sprookjes, kun je je concentreren op de presentatie in plaats van op de inhoud. De kinderen leren zo vaardigheden die later van pas komen bij andere presentaties, zoals een spreekbeurt en het is goed voor de taalontwikkeling. In dit artikel geef ik drie verschillende manieren om een verhaal te presenteren met behulp van tekeningen.

Ook leuk: Vijf redenen om te vertellen in de klas. 

Praten voor de klas is spannend
Verstaanbaar en met zelfvertrouwen presenteren is een vak apart. Uit je hoofd een verhaal vertellen aan je klasgenoten is voor veel kinderen – en ook volwassenen – hartstikke spannend, zelfs als het een eenvoudig verhaal is. Hoe zorg je dat je niks vergeet? Waar laat je je handen? En dan kijkt ook nog eens iedereen naar je! Tekeningen maken het gemakkelijker om hiermee om te gaan:

  • Met een tekening per scène heb je een geheugensteuntje om de stappen in het verhaal te onthouden. Het maakt je bewust van de opbouw van het verhaal. Je werkt dus meteen ook aan doelen voor begrijpend lezen en luisteren.
  • Als het publiek naar een tekening kijkt, kijken ze minder naar jou en vallen je trillende handen en knikkende knieën minder op. Alle beetjes helpen voor meer zelfvertrouwen!

Praatje bij een plaatje
Maak bij de belangrijkste scènes van het verhaal vertelplaten. Kopieer die uit een prentenboek of teken ze zelf – een goede gelegenheid om meteen ook aan beeldende doelen te werken. Vertel bij iedere plaat wat er gebeurt; kijk zelf niet naar de tekeningen, maar naar het publiek!
Je kunt de tekeningen ophangen ophangen of tijdens het vertellen voor je borst houden, maar de volgende drie manieren zijn nog veel leuker om te doen.

Leerlingen vertellen in de klas vaak wat ze zelf hebben meegemaakt. Maar laat je ze ook wel eens een fictief verhaal vertellen? Dat kunnen ze best!

Methode 1: het vertelkastje
Voor een vertelkastje, een kamishibai, kun je zelf tekeningen maken op stevig A3-papier. Maak 5 tot 12 platen, afhankelijk van leeftijd van de leerlingen en moeilijkheid van het verhaal. Je kunt ook vertelplaten van bestaande prentenboeken gebruiken: dat zijn meestal sets van 12 tot 16 platen *). De verteller staat schuin voor het kastje: daarmee voorkom je dat kinderen de tekst aan de achterkant voorlezen in plaats van zelf vertellen.
Heb je geen vertelkastje? Dan kun je er misschien een lenen bij de bibliotheek of zelf een kastje maken van een kartonnen doos.

Methode 2: de filmrol
Plak alle tekeningen aan elkaar tot een lange strook of gebruik een rol behang. Maak het begin en het eind vast aan twee (gym)stokken. Rol het verhaal op. Houd de rol met zijn tweeën vast en laat het verhaal beeld voor beeld zien. De scènes die geweest zijn, rol je weer op. Vertel zelf (om en om) of laat een derde kind vertellen (zie foto).
Je kunt de ‘filmrol’ ook kleiner maken, op A4-formaat, en oprollen op twee keukenrollen. Dan is het hanteerbaar voor één persoon.

Methode 3: de waslijn
Deze manier van presenteren is heel erg leuk voor in een donkere ruimte, bijvoorbeeld een verduisterde aula of gymzaal of tijdens kerst met alleen maar de lichtjes in de kerstboom aan.
Hang de tekeningen in de goede volgorde aan een waslijn. Het kind dat vertelt schijnt steeds van onderen met een zaklamp op de tekening die aan de beurt is, zodat alleen die tekening zichtbaar is. Heel spannend!

Tip: Uitgeverij de Eenhoorn levert ook vertelplaten van verhalen die geschikt zijn voor kinderen in midden- of bovenbouw.

Geplaatst in: Taal

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *