Thema theater

 9,95

Ga je aan de slag met het thema theater, dan is dit spellenpakket onmisbaar. De kinderen oefenen spelenderwijs verschillende taal- en rekendoelen en gaan actief met het thema aan de slag.

Wat is de inhoud van het spellenpakket?

  • 5 taalspellen
  • 5 rekenspellen
  • 7 posters voor de themahoek
  • woordkaarten (3 pagina’s)

Het pakket heeft in totaal 69 bladzijden en is geschikt voor groep 3 en pientere kleuters uit groep 2. Het is een pdf-bestand dat je zelf kunt printen

Categorie:

Beschrijving

Dit spellenpakket bij het thema theater bestaat uit tien spellen en extra materialen waarin diverse leerdoelen uit groep 3 worden geoefend. De kinderen gaan o.a. aan de slag met het lezen van verkleinwoorden, mmkmm-woorden, klankclusters, eenvoudige zinnen, rekenen tot 20, klokkijken, geldrekenen, dubbelsommen en nog meer.

Een ideaal pakket wanneer je werkt rondom kern 8 ‘Wat kan jij?’ van de leesmethode Veilig Leren Lezen en een fijne manier om de leerdoelen tijdens het thema theater te automatiseren.

Tip! Lees ook eens deze blog over het thema theater of bekijk mijn pinterestbord over dit thema.

Wachten in de rij
Er staat een lange rij voor de kassa. Om het wachten sneller te laten verlopen, kunnen er opdrachten voltooid worden (binnen de tijd van de zandloper). Is het antwoord goed, dan mag het team een vakje verder. Is het antwoord fout, dan moet het team op de plek in de rij blijven staan. Tijdens de opdrachten worden verkleinwoorden, mmkmm- woorden en het lezen en schrijven van woorden met schr- en -nk geoefend.

Popcornspel
In een popcorn-bak zitten allerlei kaartjes met zinnen. De spelers zetten de time-timer op tien minuten. Om beurten pakken de spelers hier een kaartje uit en lezen de zin voor. Er zitten ook kaartjes bij waarop staat: ‘pak nog een kaartje’, ‘geef een kaart aan de ander’, of ‘je krijgt een kaart van de ander’. Wie heeft er na 10 minuten de meeste kaarten? De kinderen oefenen allerlei doelen; hoofdletters, woorden die eindigen op d/b, woorden die eindigen op -a, -o en -u en het lezen van eenvoudige zinnen.

Klankenvoorstelling
Beide spelers krijgen een spelbord met daarop zes theaters. De kaartjes met woordrijen worden op de kop verspreid over de tafel gelegd. Om de beurt pakken de spelers een woordrij-kaartje. De speler leest de woorden voor en vervolgens legt hij deze in het bijpassende klankcluster (-eer, -oor, -eur of aai-, -ooi, -oei) theater. Zit het klankcluster theater al vol dan gaat de beurt weer naar de andere speler. Welke speler heeft als eerste alle theaters gevuld?

Achter de schermen
Achter de schermen is het erg druk. De toneelspelers moeten hun kleding aandoen, naar de make-up en vervolgens het podium op. Wie is er als eerste klaar om het podium op te gaan? Er wordt met een dobbelsteen gegooid. Het aantal ogen komt overeen met het aantal stappen dat op het spelbord gezet mag worden. De speler moet bij elke stap op het spelbord vertellen langs welk woord hij komt. Hierbij staan woorden met ch/cht en nk/ng centraal.

Beroepenvoorstelling
De teksten voor de beroepen-voorstelling zijn klaar, ze kunnen worden uitgedeeld. Maar voor wie is welke tekst? Alle teksten zijn door elkaar geraakt. Kunnen de kinderen de toneelspelers hun juiste tekst geven?

Wie zit waar?
De gasten komen binnen voor de voorstelling. De gastvrouw en/of gastheer brengen de gasten naar de juiste plek. Sommige gasten zitten al. De andere gasten moeten nog naar de juiste plek gewezen worden. Bij wie is als eerste de zaal vol? De spelers pakken om de beurt een kaartje van de blinde stapel. De som wordt uitgerekend. Als de speler het antwoord op zijn of haar spelbord heeft staan, mag hij/zij het kaartje erop leggen. De dubbelsommen worden geoefend.

Hoe laat begint het?
De kinderen kunnen deze activiteit individueel spelen. Het kind pakt een knijpkaart en kijkt hoe laat de voorstelling begint. Welke klok hoort daarbij? Hij knijpt zijn wasknijper op de bijbehorende klok. Als leerkracht kun je bepalen welke knijpkaarten geschikt zijn bij het niveau van de leerling. Je kunt een keuze maken uit de halve en hele uren en het berekenen van de tijdsduur van een voorstelling.

Ticket kopen
De speler pakt een kaartje, daarop staat naar welke voorstelling de personen willen. Ook staat er op hoeveel personen er naartoe gaan. Er wordt uitgerekend hoeveel de personen samen moeten betalen. De spelers laten aan elkaar zien hoe het bedrag betaald kan worden. Vervolgens wordt het kaartje bij de juiste kassa gelegd.

Goochelsommen
De goochelaar tovert kaarten met daarop sommen uit de goochelhoed. Het publiek geeft antwoord. Het kan ook zo zijn dat de goochelaar een konijn uit de hoed tovert. Dan worden de rollen gewisseld; iemand anders is nu de goochelaar.

Stoelnummers
De theaterzaal moet ingericht worden. In de zaal staan aan de ene kant de oneven- stoelen en aan de andere kant de even-stoelen. De ene speler zorgt ervoor dat alle even- stoelen in de zaal terecht komen en de andere speler zorgt voor de oneven-stoelen. Maar waar staan de juiste stoelen?

Heb je nog vragen over dit spellenpakket passend bij het thema theater? Stuur me dan gerust een mailtje op [email protected] Ik help je graag verder. 

Beoordelingen

Er zijn nog geen beoordelingen.

Wees de eerste om “Thema theater” te beoordelen

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *