Spellen tijdens de Sinterklaas periode

De Sint is weer in Nederland. Voor de kinderen een spannende, maar vooral ook gezellige periode. Het is leuk om je lessen aan te passen aan dit thema. Hiermee zorg je voor een grotere betrokkenheid in je groep. In deze blog staan vijf werkvormen die je kunt inzetten tijdens de Sinterklaas periode in groep 3.

Letters flitsen

Letters flitsen is een (bijna) dagelijks terugkerende activiteit. De kinderen kennen deze werkvorm inmiddels. Het is daarom leuk om een variatie op het letters flitsen te maken. Zo kun je bijvoorbeeld de al geleerde letters in een pietenzakje (zie foto) stoppen.

Deze kleine pietenzakjes zijn rond de Sinterklaas tijd bij meerdere winkels te verkrijgen. Eén voor één haal je de letters uit de pietenzak en de kinderen benoemen de letters. Je kunt natuurlijk ook (Sinterklaas)woordjes flitsen in plaats van letters.

Hieronder staan vier tips hoe je letters nog beter kunt laten passen binnen het Sinterklaas thema:

  • Schrijf de letters op gele of rode (Sinterklaas kleuren) blaadjes.
  • Maak ‘mijterletters’ (rood papier, geel kruis erop en vervolgens met zwarte stift de letter er op schrijven).
  • Schrijf de letters op stukjes inpakpapier.
  • Gebruik pepernoot letters (zie foto). Deze zijn verkrijgbaar via de spellenbundel Sinterklaas.

Sint-dictee

Misschien ken je de werkvorm ‘wandel-dictee’. Deze werkvorm kun je ook goed aanpassen aan het thema van Sinterklaas: het sint-dictee. De bedoeling van het sint-dictee is dat je allerlei woorden ophangt in de klas.

Dit kunnen de gewone dictee woorden zijn die je die dag vanuit je spellingsmethode zou moeten doen. Je kunt er ook voor kiezen om Sinterklaas woorden te gebruiken. De kinderen krijgen vervolgens het blad voor het sint-dictee (zie download).

De kinderen gaan rondwandelen door de klas. Ze gaan zoeken naar de (Sint)woorden. Als ze een woord hebben gevonden, dan bekijken ze dit woord goed en proberen dit te onthouden.

Ik benoem vaak dat ze in hun hoofd een foto moeten maken van het woord. Dit werkt bij mijn groep goed. Vervolgens lopen ze terug naar hun eigen tafel en schrijven het woord op hun werkblad.

Wanneer kinderen niet meer zeker weten of ze het woord goed hebben geschreven, mogen ze terug lopen naar het woord en het woord nogmaals bekijken. Uiteindelijk is het de bedoeling dat de kinderen alle (of zoveel mogelijk) woorden goed hebben geschreven.

Tip: Als je deze werkvorm uitdagender wilt maken, kun je ook alleen plaatjes ophangen. De kinderen moeten dan zelf bedenken hoe ze het woord wat erbij hoort moeten schrijven!

Pietenmuts op, pietenmuts af

Deze werkvorm is gebaseerd op de werkvorm ‘petje op, petje af’.
De bedoeling is dat je een vraag stelt, waarna de kinderen hun pet (pietenmuts) op- of afzetten. Je kunt bijvoorbeeld afspreken ‘muts op’ is ‘waar’, ‘muts af’ is ‘niet waar’.

Voorbeeld vragen:

  • 5 + 2 = 6 (niet waar, dus pietenmuts af)
  • Laat woordkaartjes zien en zeg wat er staat. De ene keer zeg je dit goed, de andere keer fout.
  • Maak een klankgebaar van een letter en benoem welke letter dit is. Soms zeg je dus ook bewust een foute letter.
  • Bij het woord Sinterklaas hoor ik de letter ‘s’ vooraan én achteraan. (waar, dus pietenmuts op.)
  • Pieten brengen in de avond cadeautjes. (waar, dus pietenmuts op.)
  • Enz.

Tip: De kinderen kunnen hun pietenmutsen ook zelf maken door middel van een lange strook met daarop een veer.

Variatie: Je kunt er ook voor kiezen om het zonder pietenmutsen te doen. Bijvoorbeeld: het dak op, het dak af. De kinderen mogen dan net als piet op het dak klimmen (op de stoel of tafel staan) of van het dak klimmen (er weer vanaf).

Mix en ruil

Bij de werkvorm ‘mix en ruil’ is het de bedoeling dat alle kinderen een kaartje krijgen. In dit geval is het een kaartje met daarop een woord die past bij het thema Sinterklaas (zie foto).

De kinderen lopen vervolgens door de klas en komen iemand tegen. Om de beurt lezen ze elkaars kaartje. Vervolgens ruilen ze van kaartje en gaan ze opnieuw op zoek naar een maatje.

Variatie 1: Gebruik kaartjes met zinnetjes (zie foto) en laat deze lezen door de kinderen.

Variatie 2: Laat de kinderen rondlopen met het werkblad van het sint-dictee (zie onderstaande download). De kinderen hebben allemaal een Sinterklaas plaatje in hun hand. De kinderen zoeken een maatje, bekijken elkaars plaatje en schrijven het woord op hun dictee blad.

Vervolgens wisselen ze van plaatje en zoeken ze een nieuw maatje.
Als je wilt, kun je aan de achterkant van het plaatje het desbetreffende woord schrijven, zodat de kinderen elkaars geschreven woord kunnen nakijken.

Rekenen met kruidnoten

Een makkelijke aanpassing tijdens de Sinterklaas periode is om te rekenen met kruidnoten in plaats van bijvoorbeeld rekenblokjes. Vooral bij een les waarbij de kinderen aan de slag gaan met ‘echte sommen’, kun je gebruik maken van kruidnoten.

Laat de kinderen met de kruidnoten de som neerleggen en vervolgens uitrekenen wat de uitkomst van de som is. Gegarandeerd een succes bij de kinderen!

Welke werkvormen gebruik jij graag tijdens de Sinterklaas periode?

Spellen tijdens de Sinterklaas periode

Over joy hoogervorst

Joy Hoogervorst heeft de PABO gedaan aan de Haagse Hogeschool en is vier jaar geleden afgestudeerd. Ze heeft de afgelopen jaren groep 3, groep 4 en groep 6 gedraaid. Momenteel is zij (voor haar tweede jaar) werkzaam in groep 3. Zij legt de focus in de klas op het spelenderwijs leren, coöperatief leren, bewegend leren en het werken met thema’s. Op instagram deelt zij onder de naam jufjoy_ haar ideeën.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *