Thema verkeer in groep 3

(Anke) Maandagochtend komt Stan uit groep 3 al vroeg de klas binnen. Al vlug ontdekt hij de thematafel (met boeken, voertuigen + benaming en verkeersborden). “Wat een cool boek over vliegtuigen! Mag ik erin kijken juf?” Al vlug komen er meer kinderen binnen die meekijken naar het boek of zelf de thematafel gaan onderzoeken. We gaan aan de slag met het thema verkeer!

De ambulance

Als de kinderen in de kring zitten vraag ik wie er wel eens een ambulance heeft gezien. “Hoe ziet zo’n ambulance eruit? Wat is er aan de binnenkant? Wat gebeurt daar?” Maar de belangrijkste vraag komt als laatste: “Wat zou je nog meer over de ambulance willen weten? Onthoud die vragen, wellicht kunnen we vanmiddag achter de antwoorden komen.”

Halverwege de dag komt Liz al vragen wanneer we de vragen gaan opzoeken op de computer. “We gaan ze niet opzoeken,” antwoord ik geheimzinnig.

Om 1 uur gaat de deur van de klas open. Een echte ambulancemedewerker komt binnen in zijn uniform. De kinderen komen in de kring zitten en mogen vragen stellen. Ze vallen bijna van de stoelen zo hangen ze aan zijn lippen tijdens de vragenronde. Wanneer de ambulancemedewerker is vertrokken maken we een woordweb per tafelgroepje over de ambulance.

De werkplaats

Niemand kan er op woensdagochtend aan voorbij gaan: zodra je de trap op komt zie je de fietsenmakerwerkplaats. De kinderen willen het liefst meteen aan de slag hier. Als de kinderen na de middagpauze van buiten komen laat ik ze rond de fietsenmakerwerkplaats zitten. De kinderen mogen vertellen wat een fietsenmaker doet en wat ze herkennen.

Daarna leg ik uit wat er allemaal te doen is in de werkplaats. Er is een magneetbord met een fiets en magneetjes waarop de fietsonderdelen geschreven zijn. Ze kunnen de woorden op de juiste plek plaatsen (evt. door te spieken op de poster erboven).

Verder zijn er opdrachtkaartjes voor klanten, een prijslijst voor de fietsenmaker, gereedschap dat gesorteerd kan worden en een fiets waaraan ze mogen sleutelen.

Werken in circuitvorm

We gaan in een circuit werken met 6 onderdelen: woord- en plaatjesmemory met voertuigen, lezen over voertuigen, spelen in de werkplaats, mecano, een werkboekje over voertuigen en verkeersborden knutselen. Elk kwartier doen de kinderen een andere opdracht.

Een week later schrijven de kinderen een verhaaltje over hun reis (in welk vervoermiddel zaten ze? Met wie? Waarheen? ). Daarnaast wordt er tijdens de taalvormingsles gesproken, getekend en geschreven over ‘Jouw weg naar school’.

Er komen nog veel meer opdrachten aan bod: we maken bouwplaten van verschillende voertuigen, er worden stoplichten geknutseld van keukenrol en we bespreken met elkaar wat het oranje licht betekent en wat de betekenissen van de verkeersborden zijn.

We doen ‘ruil -en-wissel’ in de kring met weetjes over voertuigen. Aan de les over vervoer per boot koppelen we proefjes over drijven en zinken. We bespreken met elkaar wanneer je welk voertuig neemt en de kinderen doen een mini-onderzoek naar een eigen gekozen voertuig. Daarvan maken ze een poster.

Ook leuk: het spellenpakket over het thema verkeer.

Verschillende fietsen

Aan het einde van het project gaan we gezamenlijk naar buiten. De kinderen zitten op de grond in een u-vorm. Het lied “rondje vervoer” van 123-zing draait en we zingen in kanon mee. Tijdens het zingen en dansen komt er een vreemd voertuig het schoolplein oprijden: een open ligfiets. Daarachter volgen een Mountainbike, een racefiets en een eenwieler.

De kinderen doen ‘zoek de verschillen’ in tweetallen. Daarna tekenen ze twee fietsen naar keuze na. Ze schijven er de verschillen en overeenkomsten onder. De betrokkenheid is enorm!

En zo fietsen we samen het project uit.

Linda Willemsen

Linda Willemsen is het gezicht achter klasvanjuflinda.nl en zet zich in voor spelenderwijs ontdekken en leren. Daarnaast houdt ze zich bezig met auteurswerk en zorgt sinds oktober 2018 met veel liefde voor haar babydochter.

Geef een antwoord