Executieve functies, wat doe je ermee?

Leerkrachten verwachten van kinderen dat zij in de klas goed functioneren en dat zij hun gedrag in goede banen kunnen leiden. Maar niet elke leerling kan dit even goed als zijn leeftijdsgenoten. Misschien heb jij ook wel een leerling in de groep die snel boos wordt of die langzaam is met opruimen of die geen twee dingen tegelijkertijd kan. Als hier sprake van is dan kan er bij de leerling een verstoring zijn in de executieve functies. In dit artikel leg ik uit wat executieve functies zijn, geef ik een praktijkvoorbeeld en vertel ik hoe het boek ‘Gedrag in uitvoering‘ van Smidts en Huizinga voor jou als leerkracht van betekenis kan zijn.

Executieve functies
Executieve functies liggen aan de basis van succesvol functioneren op school en wanneer er problemen met de executieve functies zijn dan kan dit consequenties hebben voor het kind en de omgeving. Maar wat zijn executieve functies precies? Volgens Smidts en Huizinga omvatten executieve functies het vermogen om:
– Weerstand te bieden aan impulsen
– Efficiente plannen te maken
– Om te gaan met verandering
– Actief je geheugen te gebruiken
– Inzicht te hebben in je eigen gedrag en houding
– Effectief om te gaan met emoties

De ontwikkeling
De executieve functies ontwikkelen bij kinderen geleidelijk en ieder op hun eigen tempo. Eerst zullen ze volwassenen uit hun omgeving nadoen en uiteindelijk kunnen kinderen zelfstandig beslissingen nemen om hun gedrag te reguleren. Dit betekent voor de leerkracht dat hij ook eerst ondersteuning moet bieden in de vorm van instructie, aanmoediging of geheugensteuntjes. Na verloop van tijd kan hij deze achterwege laten tot de leerling in staat is om zelf de geleerde vaardigheid toe te passen.

Misschien heb je wel een leerling in de klas die moeite heeft met één van bovenstaande kenmerken en wil je dit kind graag helpen. Belangrijk hierbij is dat elk kind wel eens gedrag vertoond dat gepaard kan gaan kan met problemen met executieve functies. Komt het echter frequent voor dan kan er inderdaad aanleiding zijn om hier iets mee te doen. Ook zijn er vaak grote verschillen tussen kinderen. Executieve functies ontwikkelen zich sterk in de kindertijd en het ene kind is sneller dan de ander. Hoe je een kind kunt helpen wil ik graag laten zien met onderstaand praktijkvoorbeeld. Deze casus heb ik aan de hand van het boek ‘Gedrag in uitvoering‘ geanalyseerd.

Executieve functies liggen aan de basis van succesvol functioneren op school, maar wat doe je er eigenlijk mee? En hoe kun je deze stimuleren?

Praktijkvoorbeeld
Abel (5 jaar) is een rustige jongen die moeite heeft met het stoppen van een taak. Wanneer de leerkracht aangeeft dat er opgeruimd moet worden gaat hij toch altijd nog even door. Dit gebeurt tijdens het spelen, maar ook tijdens het maken van een werkje. Hierdoor zit hij bijna altijd als laatste in de kring. Ook met buitenspelen vindt hij het lastig om te stoppen. Abel laat dit gedrag consequent zien en verstoort hierdoor de geplande activiteiten. Uit bovenstaande kan voorzichtig geconcludeerd worden dat Abel moeite heeft met de executieve functie ‘flexibiliteit’. Stoppen met spelen betekent meestal dat er wordt overgegaan naar een situatie die vaak minder leuk is. Dit vraagt om een emotionele omschakeling die voor Abel nog lastig is. De leerkracht kan hem helpen door met hulp van een timetimer de tijd aan te geven hoe lang hij mag spelen en door 5 minuten van tevoren aan te geven dat er bijna een einde komt aan het spelen. Het is belangrijk dat Abel dit ook echt hoort, dus door naar hem toe te lopen in plaats van het alleen klassikaal te noemen. Daarnaast moet het opruimen een deel worden van de routine van het stoppen met spelen. De overgang is dan wat minder abrupt en hierdoor weet Abel dat er iets anders gaat gebeuren. De leerkracht kan hem stimuleren door positieve kanten van de nieuwe situatie te noemen. “Ik weet dat je het niet leuk vindt om te stoppen met spelen, maar we gaan zo eten en drinken en dan lees ik weer verder uit het spannende boek.”

Bovenstaand voorbeeld komt uit mijn eigen onderwijspraktijk en ik zou nog veel meer casussen kunnen noemen. In eerste instantie werd ik boos op Abel (fictieve naam), want ik wilde dat hij naar mij zou luisteren. Nu weet ik dat hij misschien moeite heeft met de executieve functie ‘flexibiliteit’. Ik heb over de functie gelezen in het boek ‘Gedrag in uitvoering‘ en hierdoor kreeg ik inzicht wat dit betekent voor de leerling, maar ook wat ik als leerkracht eraan kan doen. Smidts en Huizinga beschrijven alle executieve functies en wisselen wetenschappelijk onderzoek af met praktijkvoorbeelden waardoor het een heel leesbaar en toepasbaar boek is voor leerkrachten. Ook de tips die in het praktijkvoorbeeld zijn beschreven komen uit het boek ‘Gedrag in uitvoering‘. Het boek is dus echt een aanrader voor leerkrachten die willen weten waar bepaald gedrag vandaan komt en hoe dit veranderd kan worden. Na het lezen krijg je gelijk zin om bepaalde tips in de klas uit te proberen!

Gedrag in uitvoering
Schrijvers: Diana Smidts & Mariette Huizinga
Uitgever: Nieuwezijds
Prijs: €19,95

Klik hier om het boek te bestellen.

Executieve functies, wat doe je ermee?

 

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *