Een dag uit het leven… van een leerkracht exemplarisch onderwijs

Berdine Engberts is leerkracht in groep 3 op een school waar exemplarisch onderwijs wordt gegeven. Dit is een manier van lesgeven en denken waarin theorie en praktijk heel nauw samengaan. Goed onderwijs wijdt de kinderen ook in de zin en betekenis van kennis, wetenschap en cultuur in. Bij exemplarisch onderwijs wordt er een exempel (=voorbeeld) uitgediept dat de leerlingen inzicht geeft hoe de wereld in elkaar zit. Belangrijk is het kringgesprek, het zelfstandig denken en het uitdiepen van een onderwerp.

Het is dinsdagochtend 8.30 uur
“De kinderen komen naar binnen. In de klas staat de kring al klaar. Net als elke dag en elke middag beginnen we in de kring. Na een kort welkomstgesprek, waarbij sommige kinderen wat vertellen en de anderen luisteren of reageren, is het tijd voor de dagopening. We zingen wat liederen, bidden en horen een verhaal uit de Bijbel. Na het verhaal reageren de leerlingen op de luistervraag die ze van te voren hebben gekregen.”

Om 9.00 uur is het tijd voor rekenen
“We beginnen met een klassikale opdracht. Elk kind krijgt een getalkaartje en moet zorgen dat het met twee andere kinderen een opeenvolgend rijtje vormt. En dat met de monden dicht! Even later staan er zeven rijtjes van drie kinderen voor in de klas. De leerlingen hebben elkaar geholpen om zo snel mogelijk in de goede volgorde te staan. Terug in de kring bespreken we hoe je het nieuwe boek van de juf kunt betalen. 17 euro, welke munten en biljetten heb je dan nodig? En zit er genoeg geld in de portemonnee van de juf?

De instructie-onafhankelijke groep gaat aan het werk. De andere twee groepen doen mee met de uitleg van de taak. Dan gaat ook de instructie-gevoelige groep aan het werk en doen de anderen met de juf mee aan de instructietafel.”

Om 10.00 uur is het tijd voor eten en drinken en buiten spelen
“We eten en drinken natuurlijk in de kring! We evalueren eerst de rekenles. Daarna lees ik voor en spreken we af wat er in de pauze wordt gespeeld. We maken elkaar er verantwoordelijk voor dat iedereen een leuke pauze heeft.”
Op ons plein spelen alle kinderen uit groep 3 en 4. Het is er gezellig! De juf die pleinwacht heeft, kan lekker op het bankje van het zonnetje genieten.”

Om 10.30 uur beginnen we met taal
“Ging het goed op het plein? Na een korte evaluatie van de pauze, beginnen we met taal. In de kring bespreken we de woordenschat van deze week. Wie kan er zinnen met de woorden maken? Vandaag leren we woordjes lezen met ge-, be- of ver-. We verzinnen er samen zoveel mogelijk en lezen daarna deze woorden in ons taalboek. Even later zitten alle leerlingen gebogen over hun werkschrift. Ze schrijven de woorden met be-, ge- en ver- bij het goede plaatje. Weet een kind uit jouw groepje iets niet? Dan help je hem of haar even verder!

Als de juf klaar is met het instructiegroepje, komen er een paar leerlingen die al bezig zijn met hun extra werk. Na een korte uitleg kunnen zij ook weer verder.”

Om 11.25 uur evalueren we de les.
“Wat vond je moeilijk? Wat wil je onthouden? Dat is ge-heim! Haha, de leerlingen hebben de les goed begrepen! Nog even in ons schrijfschrift schrijven en dan is het tijd om thuis of op school te gaan eten.”

13.00 uur de kinderen komen weer binnen
“We beginnen in de kring. In ons taalboek lezen we de bladzijden van vandaag in tweetallen en we maken de bladzijde in ons werkschrift die erbij hoort. Dan oefenen we verder met spelling, de dictee-woordjes van deze week. Ze weten het nog wel van vanmorgen: woordjes met ge-, be- en ver-. Met een leuke opdracht gaan ze aan het werk: vertel een raadselt aan je duo en laat hem of haar dat woord opschrijven. Dan kijk jij of het goed geschreven is.”

14.00 uur, lekker uitwaaien
“De leerlingen van de groepen 3-5 mogen lekker naar buiten om wat vitamines en energie op te doen.”

14.15 uur, tijd voor exemplarisch onderwijs
“De kinderen komen binnen en zien gelijk dat er iets in de kring staat: een grote, glazen bak. Dat moeten ze zien! Ze staan er met hun neus bovenop en er komen veel reacties los. Eerst maar op onze stoel zitten en dan gaan we met elkaar kijken wat er allemaal in de bak te vinden is. Op het bord wordt het bijgehouden: een spin, mieren, een tor, wormen, een rups, blaadjes, takken en grond. Weet je ook waar die dieren leven? Alle leerlingen denken in tweetallen na en we komen er met elkaar uit: ‘Deze diertjes leven buiten, onder de grond, onder bladeren, of soms onder een steen. Zijn er ook diertjes die bij elkaar horen? Daar hebben ze wel ideeën over. ‘Je kunt de poten tellen!’ ‘Sommige dieren hebben geen pootjes, die kruipen over de grond’. ‘Of ze kunnen vliegen’. Met elkaar wordt een globale indeling gemaakt.

De volgende dagen zijn de kinderen vol van de diertjes. Ze komen ermee op school en zijn er de hele pauze mee bezig. In de volgende acten van dit exempel ontdekken ze nog veel meer: dat ook diertjes, die kruipen of vliegen soms pootjes hebben.  Samen gaan we op zoek naar deze diertjes, maken we een huisje voor ze, tekenen we ze na en maken we uiteindelijk een ‘kleine-beestjes-club-pas’, want voor deze bijzondere beestje willen ze in het vervolg heel goed zorgen!

Auteur:

Linda Willemsen is het gezicht achter klasvanjuflinda.nl en zet zich in voor spelenderwijs ontdekken en leren. Ze werkt drie dagen per week in groep 3/4 op een kleine basisschool in Veenendaal. Daarnaast houdt ze zich bezig met auteurswerk en volgt ze de opleiding Master SEN richting gedragsspecialist.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *