De kaartjesboog

Op de eerste schooldag in groep 6 heb ik altijd een soort ritueel. Als leerkracht heb je van te voren een klasindeling gemaakt en die wil je op een of andere manier dan ook kenbaar maken. Ik doe dat door naamkaartjes op de tafel te leggen. “Saai!”, hoor ik je al zeggen, maar er is meer.

Aan de slag
Het naamkaartje is een wit papiertje van ongeveer 8 cm bij 4 cm (maar groter of kleiner kan natuurlijk ook) met eventueel daarachter een gekleurd velletje. Aan één kant heb ik de naam van het kind geschreven. De andere kant is nog leeg. Eén van de opdrachten op deze eerste schooldag is van mij aan de kinderen om het kaartje te ‘personaliseren’. Ze mogen het kaartje zo versieren/tekenen/maken dat het bij hun past. Dat kan van alles zijn. Sommige kinderen tekenen hun hobby, sport of lievelingsdier. Anderen schrijven er een mop of een raadsel op. Je kunt het zo gek niet bedenken. En dat hoeft ook niet, want die kids hebben fantasie genoeg. De kinderen die klaar zijn met tekenen mogen hun kaartje bij mij inleveren zodat ik ze kan plastificeren. Na het plastificeren moeten ze ook weer netjes uitgeknipt worden. Hier kunnen de kinderen ook bij helpen.

De uitleg
Als alle kaartjes klaar zijn leg ik uit waar ze voor bedoeld zijn. Ik pak mijn boog en vertel dat dit de kaartjesboog is. “De kaartjesboog is er voor als iemand een vraag heeft tijdens het zelfstandig werken. De juf kan nou eenmaal maar één kind tegelijk helpen. Als je een vraag hebt zet je je kaartje in de boog en ga je weer terug naar je plek. Terwijl ik iemand anders help ga jij verder met je werk. Daar waar je een vraag over hebt kan je even overslaan.” Voor sommige kinderen is dit laatste erg moeilijk. Ik zie ze dan gewoon (stiekem) wachten tot ze aan de beurt zijn. Dan zeg ik streng doch vriendelijk: “Ik ga je niet helpen als je op me aan het wachten bent. Sla de vraag even over of pak iets anders wat je kunt doen.”

Voordelen
Het systeem ‘de kaartjesboog’ werkt heel goed. Het maakt de kinderen zelfstandig en jij kan je aandacht beter verdelen. Daarnaast is het erg flexibel, je kan het overal mee naartoe nemen. Ik vind het ook leuk dat de kaartjes zo persoonlijk zijn. Na een tijdje weet ik ook gewoon uit mijn hoofd welk kaartje bij wie hoort, zonder naar de naam te kijken. De kaartjes (zonder boog) zijn ook handig bij het afnemen van toetsen. De kinderen hoeven dan niet oneindig lang met hun vinger in de lucht te zitten maar draaien gewoon hun kaartje (op de afgesproken kant) als ze een vraag hebben en kunnen ondertussen rustig verder werken.

Een tip: maak wat (extra) reservekaartjes en een stopkaartje.
Soms raken kinderen hun kaartje kwijt en kunnen ze tijdelijk gebruik maken van een reservekaartje. Bij mij vonden ze het kaartje altijd weer terug. Dan lag het in hun etui of gebruikten ze het als boekenlegger. Het stopkaartje is voor als de leerkracht even genoeg van al die vragen heeft of bijvoorbeeld een observatie wilt doen. Ook goed voor de kinderen om op deze momenten zelf een oplossing te zoeken.

Ik heb dit met groep 6 gedaan maar deze activiteit is geschikt voor alle groepen, ook in groep 8 vinden ze het nog leuk om te doen.

Auteur:

Rinke Huisman (1986) studeerde in 2008 af aan de Hogeschool Domstad te Utrecht. Met twee specialisaties op zak (innovaties en omgaan met verschillen) begon zij haar onderwijs avontuur bij de bijzondere Noordwijkse school in Noordwijk. Inmiddels is zij, na 5 bewogen jaren, een eigen bedrijf gestart. Met de insteek 'oog voor talent' te hebben ondersteunt en ontwikkelt zij verschillende onderwijsprojecten.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *