Wat is volgens de onderwijsinspectie niet verplicht?

De werkdruk binnen het onderwijs is hoog. Daarom krijgen alle basisscholen in Nederland de brochure ‘Ruimte in regels’ van de onderwijsinspectie waarin precies staat wat wel en niet verplicht is in het onderwijs. In deze blog deel ik graag een aantal punten die belangrijk zijn om te weten als leerkracht.

Administratiedruk
Leerkrachten doen te veel aan administratie en leggen zichzelf onnodig verplichtingen op. Deze brochure helpt om precies na te gaan wat je nu wel en niet moet doen.

Ga met onderstaande punten naar de directie, organiseer een vergadering en ga in gesprek welke aanpassingen je als team kan en moet doen.

We moeten namelijk stoppen met al het overbodige schrijfwerk; steek de energie liever in de voorbereiding van de lessen!

In de wet- en regelgeving staat beschreven aan welke minimale eisen een school moet voldoen. Meestal staat er niet bij hoe dit gedaan moet worden.

Als school krijg je dus veel vrijheid om hierin keuzes te maken. Veel administratieve taken zijn dus vaak opgelegd door het bestuur, de directie of het team zelf.

Wat is volgens de onderwijsinspectie niet verplicht?

Wat hoef je niet te doen?

Het onderwijsaanbod

  • Er zijn geen richtlijnen voor het vormgeven van een week- en jaarrooster. Als school mag je zelf bepalen hoeveel tijd er per week aan een vak wordt besteed en hoe het aanbod wordt verdeeld over de schoolperiode.
  • Alle kerndoelen moeten in de schoolperiode voldoende aan bod komen. Hoe de school dat doet mag ze zelf bepalen.
  • Het is verplicht om de ontwikkeling van de kinderen systematisch te volgen, maar hoe dit wordt gedaan is aan de school zelf. Je bent niet verplicht om alle methodetoetsen af te nemen, te analyseren en vast te leggen. Kleuters hoeven geen toetsen te maken.
  • Groepsplannen zijn niet verplicht. Zolang je als leerkracht maar kan laten zien dat je de vorderingen goed in beeld hebt en hier ook naar handelt.

Gesprekken

  • De school bepaalt hoe vaak een leerkracht een gesprek voert met de ouders. De wet schrijft dit niet voor. Ook de school mag zelf bepalen of en hoe deze gesprekken worden vastgelegd.
  • Bovenstaande geldt ook voor gesprekken met de intern begeleider en de overdracht van leerlingen naar een volgende leerkracht.

Didactisch handelen van de leerkracht

  • Je bent niet verplicht om alle lessen uit de methode te geven. De manier waarop de kinderen de lesstof verwerken bepaalt de school zelf. Zolang je maar de einddoelen haalt.
  • Je bent niet verplicht om een dagplanning te maken of om een rooster exact te volgen. Dit biedt ruimte en kansen.

Extra ondersteuning

  • Je hoeft niet voor elke leerling met een eigen leerlijn een OPP te maken. Dit geldt alleen voor leerlingen die extra ondersteuning nodig hebben.
  • De school bepaalt zelf wie verantwoordelijk is voor het opstellen van een OPP en voor welke leerlingen extra ondersteuning wordt aangevraagd.
  • Je hoeft niet voor elk kind de stimulerende en belemmerende factoren in kaart te brengen. Dit geldt alleen voor kinderen waarvoor je een OPP opstelt.

Ben je nieuwsgierig naar het hele stuk? Je kunt de brochure downloaden op de website van de Onderwijsinspectie.

Ik ben benieuwd; welk punt was voor jou verrassend en wil je bespreken in jouw team?

Foto Shutterstock.

BewarenBewarenBewarenBewarenBewarenBewaren

BewarenBewaren

Auteur:

Linda Willemsen is het gezicht achter klasvanjuflinda.nl en zet zich in voor spelenderwijs ontdekken en leren. Ze werkt drie dagen per week in groep 3/4 op een basisschool in Veenendaal. Daarnaast houdt ze zich bezig met auteurswerk en heeft ze de Master SEN richting gedragsspecialist afgerond.

Een gedachte over “Wat is volgens de onderwijsinspectie niet verplicht?

  1. Harro Mol schreef:

    Ter aanvulling,

    Een basisschoolleerkracht is niet verplicht om:

    – voor en na schooltijd pleinwacht te lopen.
    – het Sinterklaasfeest te vieren.
    – de vaatwasser in te ruimen en te legen.
    – de vuilcontainers aan de straat te zetten.
    – mee te lopen met de avond-4-daagse.
    – een Kerstdiner te organiseren.
    – mee te gaan op schoolkamp.
    – onredelijke en vergaande eisen van ouders in te willigen.
    – van 7:15 tot 18:15 uur te werken (zonder pauze).
    – in de avond correctiewerk te verrichten.
    – de kinderen op hoofdluis te controleren.
    – in het weekend op school de lessen voor te bereiden.
    – alle tafeltjes even schoon te maken.
    – de tekeningen van de kinderen op te hangen.
    – te surveilleren tijdens de tussenschoolse opvang.
    – paralleloverleg, bouwoverleg, teamvegaderingen en commissieoverleg te voeren.
    – gesprekken met ouders voor en na schooltijd te hebben.
    – een broekplasser van droge kleding te voorzien.
    – te controleren of ieder kind het fruithapje wel helemaal heeft opgegeten.
    – in de duurste en drukste periode op vakantie te gaan (een beroepsleven lang).
    – een deel van die vakantie aan voorbereidingen te besteden.
    – ziek te worden van de werkdruk.
    – de kots van een misselijk kind op te ruimen.
    – te werken met hoofdzakelijk vrouwelijke collega’s.
    – een stakingsdag te gebruiken om werkzaamheden in de klas te verrichten.
    – te accepteren dat hiervoor geen eerlijk salaris wordt betaald (een beroepsleven lang).

    Dus: Stoppen hiermee, omdat het allemaal niet hoeft?
    Of actie voeren voor fatsoenlijke waardering en toekomst bestendig onderwijs!

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *