Stappenplan: werken aan woordenschat

Kinderen die nieuw op school zijn komen uit verschillende gezinnen met elk een eigen taalachtergrond. NT2 kinderen spreken doorgaans minder Nederlands, dan kinderen uit autochtone gezinnen. Het is daarom ontzettend belangrijk om bij de kleuters al te werken aan de woordenschat. Wanneer kleuters regelmatig nieuwe woorden horen, leren ze deze spelenderwijs beter begrijpen.

Beheersing
Kleuters kunnen woorden op receptief – of productief niveau beheersen. Wanneer het kind een woord kan aanwijzen, maar niet zelf kan benoemen dan valt dit onder de receptieve woordenschat, maar als het kind het woord ook kan benoemen valt dit onder de productieve woordenschat.

Woorden uit de context
Het is belangrijk dat je woorden kiest, die iets met elkaar te maken hebben. Hierdoor is het voor kinderen eenvoudiger om een nieuw woord aan te leren. De meeste leerkrachten werken met een thema. Hier kun je dan goed de  woorden op aanpassen. In mijn klas leren de kinderen nu alle kleuren en vormen, omdat we rondom ‘Het Kleurenwinkeltje’ werken. Het is belangrijk dat de woorden voor de kinderen ook zichtbaar worden opgehangen. Bijvoorbeeld met behulp van de woordparaplu. Door veel boeken over het thema te lezen en spelletjes te doen leren de kinderen spelenderwijs de woorden.

NT2 kinderen spreken doorgaans minder Nederlands, dan kinderen uit autochtone gezinnen. Het is daarom belangrijk om te werken aan de woordenschat.Stap 1
Kies rond de 15 tot 20 woorden uit, die binnen een bepaalde context (thema) of prentenboek vallen en die niet te makkelijk zijn. Je ziet vaak dat rondom een thema de standaard woorden worden uitgekozen. Denk bij het thema ‘winter’ aan ‘sneeuw’, ‘ijs’ of ‘sneeuwpop’. Veel woorden zijn vaak al wel bekend en hierdoor mis je de kans om moeilijkere en onbekende woorden aan te bieden.  Kies ook woorden, die functioneel zijn voor de kinderen. Leer bijvoorbeeld niet het woord ‘fluitketel’ aan, terwijl je weet dat iedereen thuis een waterkoker heeft.

Lees voor meer informatie het artikel ‘5 manieren om nieuwe woorden aan te leren’.

Stap 2
Bespreek met de kinderen de nieuwe woorden. Je mag nooit vragen: “Wie weet wat dit is?” In de praktijk komt het voor dat een kind één van de tien suggesties van de kinderen onthoudt en niet de uitleg, die jij later vertelt. Daarnaast ben je dan niet woorden aan het aanbieden, maar aan het controleren wie de betekenis van het woord al weet.

De 3 ‘uitjes’
Je kunt woorden uitleggen aan de hand van de drie ‘uitjes’.
1. Uitbeelden (concreet voorwerp, foto’s, iets voordoen)
2. Uitleggen (een definitie geven, een synoniem noemen, het woord in een zin gebruiken)
3. Uitbreiden (Plaats het woord in de context)

Stap 3
Gebruik de nieuwe woorden regelmatig in je lesactiviteiten. Lees boeken voor, speel consolideerspelletjes of leer rijmpjes en liedjes aan. Hier vind je een lijstje met leuke activiteiten.

Op zoek naar meer informatie en leuke consolideerspelletjes? Lees dan mijn review over het boek Op woordenjacht’.

Auteur:

Linda Willemsen is het gezicht achter klasvanjuflinda.nl en zet zich in voor spelenderwijs ontdekken en leren. Ze werkt drie dagen per week in groep 3/4 op een kleine basisschool in Veenendaal. Daarnaast houdt ze zich bezig met auteurswerk en volgt ze de opleiding Master SEN richting gedragsspecialist.

2 gedachtes over “Stappenplan: werken aan woordenschat

  1. Terry van de Beek zegt:

    Op de Facebookpagina van de Dyslexie-Express vind je regelmatig leuke consolideeroefeningen gemaakt met kosteloos materiaal.
    Wil je weten of de woorden die je aanbiedt goed op niveau zijn, vergelijk ze dan met de woorden van http://www.digiwak.nl (groep 3 t/m 8 en soms ook al voor groep 2) en de BAK Basiswoordenlijst Amsterdamse Kinderen (voor groep 1-2).

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *