thema Ridders en Jonkvrouwen

Deel 2: Taal- en rekenactiviteiten bij thema Ridders en Jonkvrouwen

Erg leuk was het: het opzetten van het thema ‘Ridders en Jonkvrouwen’. We maakten een prachtig kasteel van karton met een echte ophaalbrug. Er werd rollenspel gespeeld en kinderen genoten. Maar wat kun je als leerkracht doen aan talige activiteiten bij dit thema? En valt er ook wat te tellen/rekenen? Dat lees je in deze tweede blog.

Luik 1: Rijke leeromgeving
Luik 2 Taal en rekenen
Luik 3 Muziek en beweging

Woordenschat
Bij dit thema hoort een uitgebreide schat aan woorden die de leerlingen kunnen leren. Ridder, jonkvrouw, ophaalbrug, kasteel en poort zijn minimaal de woorden die de kinderen wel onthouden naar aanleiding van dit thema.

Maar denk ook aan gracht, toren, vlag, waterput, harnas, helm, vizier, lans, zwaard, pijl en boog. Bij het paard van de ridder horen ook weer een aantal woordenschatwoorden: zadel, draf, galop, stapvoets, toernooi.

Gebruik bijvoorbeeld deze woordkaarten van Kleuteridee.

Ook leuk om te doen: leg een pennenveer en woordkaartjes in de schrijfhoek. Denk ook aan het krijtbord of whiteboard. Zo kunnen de kinderen de woorden naschrijven en natuurlijk komen ze vragen wat er staat.

Het is voor kleuters erg leuk dat je voorleest wat ze hebben geschreven: wat kunnen ze trots zijn als het echt betekenis heeft! En soms staan er verrassende dingen. Bij ons schreef een meisje: jonkvrouwdraak :)

Deel 2: Taal- en rekenactiviteiten bij thema Ridders en Jonkvrouwen

Rijm
Onderstaand gedicht is een gezang wat een troubadour zou kunnen zingen. Het is erg leuk om een stukje aan de kinderen te leren. Het nodigt uit om telkens verder te rijmen. Haard-paard-baard-staart-taart….

Ridder Roderick rijmt (Klik hier om het liedje te downloaden)
Roderick schrijft, dat was nooit een geheim
Roderick schrijft, niet gewoon, maar op rijm!
Geef hem papier en hij gaat uit zijn bol
Want Roderick schrijft de kasteelmuren vol

Roderick, Roderick zit bij de haard
“De brandende open haard
Een ridder op een hobbelpaard
Een lange rode kriebelbaard”

Hij zucht eens een keer
En pakt nog een veer en hij staart
“Mijn paard is behaard
Een hartige taart
Mijn liedjes zijn goud waard”

Roderick schrijft, hij is urenlang zoet
Roderick schrijft en dat kan hij best goed
Geef hem een pen en hij schrijft dag en nacht
Van hoog op de toren tot diep in de gracht

Roderick, Roderick zit bij de haard
“De uitgewaaide haard
Een kromgetrokken zwaard
Soep van ossenstaart”

Klik hier voor de hele tekst van het liedje.

Prentenboeken
Via de onderwijsbibliotheek leenden we op school een aantal geweldige prentenboeken. Verder kan je via Bol.com of je boekhandel in de buurt natuurlijk ook leuke boeken bestellen. Graag wil ik wat titels met jullie delen.

Prentenboeken thema ridders

Tellen in de kasteelhoek en in het Cijferkasteel
Wat kun je met dit thema aan rekenactiviteiten doen? Integreer het tellen ook vooral in je kasteelhoek. Dit kun je bijvoorbeeld doen door een schatkist met munten toe te voegen aan het spel.

De schatkist
Introduceer deze schatkist op een geheimzinnige manier, laat de kinderen helpen met openmaken en tellen van gouden munten. (In oktober-december zijn gouden chocolademunten volop te krijgen in de supermarkt). Hiermee kun je verschillende telactiviteiten verzinnen. Welke ridder heeft veel munten en welke weinig. Neem gelijk de begrippen mee: een rijke ridder, een arme ridder.

Verdelen
Verdelen van de buit is ook een leuke: hoe krijgt iedere ridder/jonkvrouw evenveel gouden munten?Je kunt ook denken aan verschillende waardes van de munten. Een grote munt is bijvoorbeeld 2x zoveel waard als een kleinere munt. Dit hoort ook gelijk bij doelen uit het onderdeel ‘geld’ van meetkunde.

Het cijferkasteel
Wij hebben voor het getalbegrip de download van het Cijferkasteel ingezet op het digibord. De kinderen vonden dit ontzettend leuk. Het is een soort PowerPoint, waarin telkens voorwerpen in het kasteel verschijnen die de kinderen tellen en daaraan koppelen ze dan een getal. Als je op het juiste antwoord klikt, krijg je applaus en ga je naar de volgende kamer in het kasteel. Echt een aanrader!

Meten
Het construeren van het grote kasteel zorgde aan het begin van dit thema al gelijk voor veel passen en meten. Hoe groot moeten we een stuk karton voor een muur maken? Waar komen kantelen? Waar moet er een stuk af om het passend te maken? Hoelang moeten de kettingen voor de ophaalbrug zijn en hoe hoog hang je deze?

Als je dit met de kinderen bespreekt, zijn ze ongemerkt veel aan het nadenken over meten. Zo werk je aan kerndoel 32: “de leerlingen leren eenvoudige meetkundige problemen oplossen.”

Ook in de bouwhoek maken kinderen kastelen en zijn ze hiermee bezig.

Meetkunde
Een ander kerndoel (33) is: “De leerlingen leren meten en leren te rekenen met eenheden en maten, zoals bij tijd, geld, lengte, omtrek, oppervlakte, inhoud, gewicht, snelheid en temperatuur”.

Wie past?
Bij lengte kun je dingen verzinnen over grootte: welke ridder past op welk paard? Dit kan ook met plaatjes op het digibord.

Hoe zwaar?
Bij gewicht is het leuk om te wegen: welke schatkist is zwaarder? Welke ridder in harnas is zwaarder? Neem een personenweegschaal mee en laat de kinderen een (plastic) harnas aantrekken, helm opzetten en dan wegen. Het is natuurlijk niet echt zo zwaar als vroeger, maar je kunt ze al wél bijbrengen dat je meer weegt als je allerlei spullen bij je hebt.

Wie is het snelst?
Bij snelheid kun je een wedstrijd doen: welke ridder is sneller aan de andere kant van het plein met zijn stokpaard? Hoeveel seconden deed hij erover – meet dit met de stopwatch of door hardop tellen door de rest van de groep -.

Tijd
Bij dit thema kan je het begrip ‘tijd’ wat uitdiepen.Ridders leefden lang geleden. Wat was er vroeger anders? Welke spullen hadden ze nog niet (bijv. mobieltje, laptop). Wat was hetzelfde?

Dit is goed voor de tijdsoriëntatie van jonge kinderen, een voorbereiding op het vak geschiedenis wat ze in hogere groepen pas zullen krijgen. Als je met je groep naar een echt kasteel toe gaat, komt het verschil tussen vroeger en nu bij de rondleiding vast ook aan de orde.

Logisch denken: reeksen en patronen
Op de schilden van de ridders maakten ze vaak mooie patronen. Ook vlaggen hadden vaak een mooie indeling. Dit kun je bespreken en als werkje door de leerlingen laten maken.

Patronen maken
Verzin bijvoorbeeld je eigen patroon in 4 kleuren. Verdeel je vlag in 3 of 4 vlakken. Gebruik 2 kleuren, maar 2 vlakken naast elkaar mogen niet in dezelfde kleur. Dat soort opdrachten zorgt ervoor dat kinderen nadenken over patronen.

Verder kun je reeksen laten maken door het rijgen van kettingen voor de jonkvrouwen of het maken van armbanden. Geef de opdracht om een reeks te maken, want sommige kinderen doen dit uit zichzelf, maar anderen komen er nog niet op om dit te doen.

Oefenen met reeksen
Oefenen met reeksen kan ook op het Prowise account op je digibord. Daarin zijn verschillende programma’s om reeksen van 3 of meer voorwerpen te maken. Die moeten leerlingen dan afmaken. Erg leerzaam.

Wij hadden ook een bak met kralen neergezet als activiteit voor de kinderen die in het kasteel speelden. Zo konden de jonkvrouwen kettingen maken en daarna natuurlijk showen aan de hele groep.

Kopfoto Shutterstock

Volgende keer zal ik jullie meer vertellen over muziek en beweging bij dit leuke thema.

BewarenBewaren

Auteur:

Carolien van Beveren is gastblogger op klasvanjuflinda.nl. Ze studeerde in 2009 af aan de PABO. Vanaf die tijd heeft ze altijd als onderbouwleerkracht gewerkt, met veel enthousiasme. Ze vindt het belangrijk dat in het onderwijs aan kleuters het spelende kind centraal staat. Ze houdt ervan om thema's uit te werken en blogt hier dan ook regelmatig over. Carolien geeft les op een basisschool in Zeeland. Ze is getrouwd en moeder van een peuter van 2,5 en een baby.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *